Iemand maakt aan de lunchtafel een opmerking over een collega. Er wordt gelachen, jij lacht half mee en je voelt dat het niet klopt. Tegen de tijd dat je de juiste woorden hebt gevonden, gaat het gesprek al over het weekend. Ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag klinkt eenvoudig, tot dat moment zich aandient.
Dat moment kreeg vorig jaar een cijfer. De NOS berichtte over onderzoek van Ipsos I&O onder 924 Nederlandse mannen, de aanloop naar de campagne Man, zeg er wat van! Zes op de tien vinden dat ze iets moeten zeggen als een man in hun sociale kring een ongepaste seksueel getinte opmerking of gebaar maakt. Van de mannen die zoiets meemaakten, wilde 63 procent iets zeggen en bleef het toch stil.
Mannen zien het probleem en grijpen toch niet altijd in
Het cijfer dat ons het langst bezighoudt, staat verderop in het rapport. Door de media-aandacht voor de veiligheid van vrouwen is ongeveer drie op de tien mannen anders gaan nadenken over gedrag. Slechts 7 procent heeft daarna vaker iemand aangesproken.
Dat raakt elke HR-adviseur en L&D-manager die een gedragscode op intranet zet of een e-learning uitrolt. Die middelen leggen uit wat niet kan. De mannen in dit onderzoek wisten dat al: negen van de tien vinden de aandacht voor het onderwerp een goede zaak. Wie het gedrag in een organisatie wil veranderen, moet naar het moment zelf toe.
Waarom ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag zo lastig is
Voor de Grensbox brachten we zeven belemmeringen in kaart, op basis van onder meer het klassieke onderzoek naar het omstandereffect van Latané en Darley. Toen we het Ipsos-rapport ernaast legden, kwamen we er vijf tegen. De percentages zijn van Ipsos, de koppeling is van ons.
| Waarom mannen zwegen (meerdere antwoorden mogelijk) | Percentage | Belemmering |
|---|---|---|
| Twijfel of het gedrag erg genoeg was | 51% | Twijfel |
| Niet weten wat je kunt zeggen | 37% | Onvermogen |
| De sfeer in de groep niet willen verpesten | 30% | Harmonie |
| Niemand anders zegt er iets van | 25% | Groepsnormen |
| Niet als zeikerd gezien willen worden | 15% | Eigen belang |
De andere twee, verantwoordelijkheid en bevriezen, staan niet in deze cijfers. Bevriezen is wel de meest bijzondere van de zeven: je lijf klapt dicht en je kunt pas iets doen als het moment voorbij is. Daarom blijft terugkomen op wat er gebeurde altijd een optie.
Het onderzoek gaat over mannen en seksueel getint gedrag naar vrouwen in hun eigen kring. Die afbakening hoort erbij als je de cijfers gebruikt. De belemmeringen zijn breder: dezelfde twijfel speelt als een manager druk zet met de beoordeling of als een collega structureel buiten de groepsapp blijft. Grensoverschrijdend gedrag omvat ook discriminatie, uitsluiting, machtsmisbruik en agressie.
Het grijze gebied: waar de grootste twijfel zit
De grootste rem is dus twijfel. Bij een klap op tafel weet iedereen dat het te ver gaat. Bij een opmerking die grappig bedoeld kan zijn, kijk je eerst om je heen. Ziet niemand iets, dan zal het wel meevallen, terwijl de collega naast je precies hetzelfde denkt.
Hoe dat klinkt, hoorden we tijdens het spelen van de Grensbox. “Iedereen schatje noemen, dat kan echt niet, dat is echt niet oké”, zei een van de spelers. Het antwoord kwam meteen: “Wat een onzin, ik kom uit Amsterdam, dat hoor ik zo vaak, daar wordt echt niks mee bedoeld wat over de grens is.” Twee mensen aan dezelfde box met twee verschillende grenzen. Dit soort gesprekken ontstaat tijdens het spelen. Op de werkvloer blijven ze meestal uit.
Zwijgen is voorspelbaar gedrag en dat maakt het te trainen. Wie vaker heeft besproken waar de grens ligt, staat op het moment zelf minder alleen met zijn twijfel.
Ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag begint bij de tweede stem
Tussen 72 en 78 procent van de mannen zegt er zelf geen probleem mee te hebben om aangesproken te worden. Slechts 24 procent zegt dat anderen in hun kring positief reageren. Misschien schatten mannen zichzelf wat gunstig in, maar in die kloof blijft het stil: iedereen vindt aanspreken prima, tot hij aan de ander denkt.
Tegelijk zegt 48 procent eerder iets te zullen zeggen als anderen in de groep bijvallen. Dat maakt de tweede stem bijna net zo belangrijk als de eerste. Een simpel “dat vind ik ook” kan genoeg zijn. Ook je twijfel mag je hardop uitspreken: “Ik weet niet of het zo bedoeld is, maar ik vind dit niet oké.” Lukt dat niet ter plekke, zoek de ander dan later op. Perfecte woorden zijn niet nodig.
Hoe de Grensbox grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar maakt
De Grensbox is onze serious game over grensoverschrijdend gedrag en de moed om er iets van te zeggen. Drie tot zeven collega’s spelen 40 minuten met een fysieke escapebox en krijgen vijf uitdagingen. Ze bepalen wat grijs gebied is, kiezen als omstander een eerste reactie op herkenbare situaties en lopen tegen hun eigen belemmeringen aan. De box gaat pas verder als het team eruit is, dus iedereen moet hardop zeggen waar hij de grens legt.
De Grensbox is gemaakt voor organisaties die verder willen dan een gedragscode. Na afloop is er een gedeelde ervaring en een taal om op door te praten. Wegkijken is een keuze. In actie komen ook.
Wil je dat ingrijpen bij grensoverschrijdend gedrag in jouw organisatie meer wordt dan een afspraak op papier? Plan een gesprek van 30 minuten.
Pieter van der Haak is sociaal psycholoog en gamedesigner. Hij bedacht en ontwikkelde de Grensbox.








